Lorem ipsum a généré 31 paragraphes pour vous.
Vous pouvez utiliser ce texte lorem ipsum dans vos maquettes, sites web, design, ebook... Le texte généré aléatoirement est libre de droit.
Le faux texte a bien été copié
hoewel een aardigheid te zeggen het alleruitmuntendste zou zijn, en er een schat van aardigheden mogelijk is, zoo is het evenwel bijzonder opmerkelijk, hoe weinig men er dikwijls op zulk een oogenblik bij de hand heeft.Zoodat de critische hoedeninspecteur gewoonlijk de voldoening heeft eene kleine verlegenheid te weeg te zien gebracht, welke hij met demonischen wellust geniet.
verbeeld mij nog al onder de vlijtigste behoord te hebben maar toch, wanneer mijn vader of moeder mij de eer aandeed van aan mijn ooms en tantes te vertellen dat ik altijd blij was als de vacantie uit was, kwam mijn gansche gemoed tegen dat edel denkbeeld dat mij ondertusschen vrij dweepachtig voorkwam op, en ik heb jaren noodig gehad om zekere angstige schuwheid voor mijn respectieve meesters te leeren overwinnen.
kwade kant van den edelen groei, dat hij bij de individuen verschilt, en zelfs zóó, dat bij sommige tegen het geprezene grootworden, het verwijtende kleinblijven o verstaat.Nu is het niet pleizierig, ieder keer als men een boodschap van papa of mama komt doen, of bij Lodewijk of Doortje spelen komt, altijd door mijnheer of mevrouw, of de juffrouw, of de meid somtijds, tegen Lodewijks of Doortjes rug gezet te worden, om met de ververschte overtuiging dat men een hoofd of een half hoofd kleiner en een ware peulschil is, naar huis te gaan.
moreele taxatie die, zoo zij de kinderen niet dadelijk grieft, hun althans menig genoegen onthoudt.Zij ontstaat uit de omstandigheid, dat een mensch van vijfendertig of veertig, een dertig of vijfendertig jaar van zijn vijfde jaar verwijderd is, en in dien tijd machtig veel vergeten kan, en zóó veel, dat hij eigenlijk in t geheel niet meer weet, wat hij dacht, gevoelde, besefte en smaakte toen hij een kind was, en wat niet.
rekenboeken zij waren de zwakke zijde van velen onzer.In mijn oog waren er geen hatelijker boeken.Vooreerst waren zij veel te vol letters, en ten andere veel te vol cijfers.Ten overvloede zijn er soms fouten in de opgave der uitkomsten maar al zijn die er niet in, die opgaven zijn verschrikkelijk.
Vermaakt u zoo gij nog niet genoeg hebt van barbaarsche vermaken met hunne krachten, met hun moed, met hun heldeneinde niet met hunne slavernij, niet met hunne ontaarding, niet met hun heimwee, niet met hun teringdood.Onbegrijpelijk veel menschen hebben familiebetrekkingen, vrienden of kennissen te Amsterdam.
Inderdaad, natuur en rede geven deze hoop aan de hand.De ondervinding leert het echter meestal anders.Op den zevenden dag het was een zondag uw kleine theegoedje stond klaar op uw kleine tafeltje en uwe stoeltjes stonden er bij klaar met twee poppen de nieuwste voor u, en de oudste voor uw nichtje Keetje, die bij u te spelen kwam en s avonds zoudt ge een tulbandje bakken van gestampte beschuit en melk en een boterham met aardbeien zou alles bekronen.
noemen, een nieuwen hoed gekocht hebben geen buitensporig fatsoen geen nationalen bijv., geen te hoogen of te platten bol geen te breeden of te smallen rand een hoed, goed om af te nemen voor een verstandig man en op het hoofd 20 te houden voor een gek, doch stellig een hoed om niets van te zeggen.
tegen die rekenboeken Maar het kwaadwilligst en het onbillijkst van diezelfde uitvinding is, dat zij u op alle mogelijke manieren sarren en in uw zwak tasten.Daar zit gij sedert klokke halftien op school, bij mooi weer, in de maand Mei, als het groen jong is gelijk gijzelf en, wat meer is, als de plassen opgedroogd zijn, zoodat het heerlijk weer is om te knikkeren.
Hier, op dit wagenstel, in dit roode hok, zes voet hoog en zes voet diep, ligt hij.Ja, hij is het wel.Ik zweer u dat hij het is.Zijne pooten steken onder tusschen de traliën uit dat zijn leeuweklauwen.Zijn staart, die geesel schikt zich naar den rechthoek van zijn verblijf.
alles duisternis.Let op Wat is dat t Is het glinsteren van twee oogen gloeiende kolen.Hoor toe Dat was de donder niet het was een schor gehuil het diepe geluid van een leeuw die ontwaakt.Hij tilt zich uit zijn hol naar boven.Hij rekt zich uit.
toch, de meester is zoo dik, en de ondermeesters zijn zoo lang, en hunne brillen en bakkebaarden zien er zoo onverbiddelijk uit, en de borden zijn zoo zwart, en de tafels zoo ongezellig, en de kaart van Nederland hangt zóó lang op dezelfde plaats, dat wij er de kleine scheurtjes en 7 inktvlekjes nog beter op weten aan te wijzen, dan de steden der toen was t nog 17 provinciën1.
geval hebben zij een nauwgezetten, maar onvriendelijken bezorger gehad, als uit den inhoud van deze weinige bladzijden waarschijnlijk duidelijk worden zal.Inderdaad, ik ken vele menschen, die nog al ophebben met hunne Amsterdamsche neven, vooral als ze tot de Lezers in Felix behooren, of als ze rijtuig houden maar ik heb dikwijls verbaasd gestaan over mijne verregaande koelheid omtrent den persoon van mijn neef Robertus Nurks en niets verschrikkelijker, dan wanneer hij mij zaterdagmiddag per diligence een steen zond met een brief er aan, inhoudende dat hij mits het weer goed bleef en er niet, maar dat kwam er nooit, het een of ander in den weg kwam met mij den dag in den Haarlemmerhout zou komen doorbrengen niet dat ik iets tegen het gemelde bosch heb, maar wel iets tegen ZEd.
Leidschen makker bij mij gelogeerd, met wien ik te Zomerzorg eten zou, om vervolgens over Velzerend naar Velzen te wandelen, waar wij den nacht zouden doorbrengen om s morgens naar de Breezaap te gaan en aldaar wat te botaniseeren, waarvan wij beide groote liefhebbers zijn.
nergens aan mogen komen, alsof men geheel handeloos en met een instinct om alles nu ook 12 maar stuk te gooien en te breken in de wereld was gekomen En dan het paaien met zoetigheid, als men zich juist gisteren te groot is begonnen te voelen voor koekjes tot den prijs van iets anders En dan de velerlei beschaamdzettingen, die men ondergaat, omdat iedereen gelooft dat een kind menig ding niet gevoelt dat hem toch diep gaat Waarlijk, waarlijk, men heeft in de maatschappij menig menschenschuw, bloohartig, en zenuwachtig wezen doen opgroeien, alleen doordat men het als kind te jong en te klein voor gevoel van waarde achtte.
lacht om zijn gemeen Fransch en nog ellendiger Hollandsch, om zijn eeuwig wederkeerende volzinnen ik kan niet lachen.Hij ergert mij.Sire, ce n est pas bien Sur le lion mourant vous lâchez votre chien 17 Foei hij noemt den tijger monsieur en de leeuwin madame hij vertelt aardigheden op hun rekening zij zijn de dupes zijner van buitengeleerde geestigheid.
verhoogt dan onmiddellijk hun koud geluk tot een hooger temperatuur.Gij slaat een warme hand aan hun thermometer.Ziedaar een mooie opmerking, die ik gemaakt heb, en die ik met dit mooie physische beeld besluit maar over t onderwerp meer nadenkende, heb ik ook wel eens gedacht, of de school dan toch ook de rechte plaats wel was, om het kindergeluk diep te doen gevoelen.
overige bemerkt men nu reeds een enkel jong mensch uit deftiger stand, hetzij dan een notarisklerk of een surnumerair bij het gouvernement van Noordholland, die, daar hij geen schepsel wist 27 te verzinnen, aan wien hij na kerktijd een bezoek schuldig was, nu maar naar Stoffels stapt en, verbaasd van daar nog niemand van zijn kennis te ontmoeten, zich met den hond van den kastelein behelpt, die door zijn innemende vriendelijkheid bewijst dat mijnheer habitué is.
gingen Houtwaarts.Het was ruim één ure.Nu, alle welopgevoede dingen hebben hun gestelden tijd.De nachtegalen komen in t voorjaar, de vinken en lijsters in t najaar de zon schijnt bij dag, de kaars bij avond, en de maan bij nacht.Zoo is het ook met de menschensoorten.
ijselijk als gij een verren neef of halfvergeten vriend overkrijgt, die u vriendschappelijk dringt hem het Leidsch museum te laten zien, en ge moet, terwijl gij liever de bekoorlijken op Rapenburg en Breestraat gadesloegt, met hem op een schoonen voormiddag de eene zaal na de andere doordrentelen, zonder iets te zien dan natuurlijke historie, zonder ergens een knie te buigen en het is er kelderachtig koud Maar zoo het er op aankomt om vreemde dieren te zien ik zie ze liever daar dan hier.
poetjes van gratietjes, zei Nurks lachende, en luid genoeg om een langen procureursklerk mee te doen lachen, die veel verder van hem af was dan de gratietjes in quaestie.Het snarenspel begon, Nurks stopte van tijd tot tijd den vinger in de ooren, dat toch niet opwekkelijk wezen kon voor drie kunstenaressen, die ook wel wisten dat het zoo heel mooi niet was, en ook niets verder bejaagden dan een dubbeltje of een stuiver van elk der toehoorders, en een weinigje geduld.
Waarlijk ik houd het er voor, dat de meeste rekenboekmakers afstammelingen van koning Herodes zijn 9 Uit al wat ik tot nog toe in het midden heb gebracht, zal zonneklaar blijken, dat de school de plaats niet is om het kinderlijk gemoed te doen overstroomen van het besef van geluk en genot.
volgen, tegen halftwee, twee uren, de deftige bewoners uit de stad.De fabrikant met zijn familie, de notaris met zijn familie, de boekhandelaar met zijn familie, en de wereldsche kinderen van den geestelijke, zonder hunne ouders.Ook komen nu de bloemisten van den Kleinen Houtweg met vrouw en kroost opzetten.
Jannen, Pieten, Willems en Heinen, waarmee ik in de Jacobijnenstraat te H.op de banken zat, tot getuigen, of er ooit iemand is geweest, die zijn lei volgeschreven heeft met een optelling der genoegelijkheden of een uitweiding over t ongestoord geluk des kinderleeftijds.
zijne natuurlijke grootte ziet.Dit hok maakt hem kleiner hij is wel een voet gekrompen.Zijn gelaat is verouderd.Zijn oogen zijn dof geworden hij is suf het is een verloopen leeuw.Zou hij nog klauwen hebben Bedroevend schouwpel.
Opmerkelijk is, tegen een der palen en daarenboven op een stok geleund, een gebrekkig man, niet zoo zeer een bedelaar, als wel een afwachter van aalmoezen een dier onsterfelijken, die de oudste Haarlemmers altijd even oud en altijd even beschadigd, daar gezien hebben.
leelijkert had duidelijk bemerkt, dat ik het voor t eerst aanhad en er van tijd tot tijd met innig welgevallen naar keek.Ik stak onmiddellijk mijn beenen onder de tafel want het was mij op zijn minst vijfenzeventig maal gebeurd, dat hij, met een opgetrokken neus naar de punten van mijn schoenen loerende, mij had afgevraagd Waar laat je die turftrappers maken Van een goedigen krulhond, die met veel liefde door een oud man gestreeld werd, heette het Wat een mormel Van een paar schimmeltjes, die voor de deur stilhielden en waarmee de eigenaar met groot zelfbehagen pronkte Leelijke koppen Van het kindje in beugels, dat al van half elf gewandeld had en er schrikkelijk verhit uitzag Als ik er zóó eentje had, deed ik het een steen om den hals.
alles antwoord ik u ik haat het beestenspel en ik zal u de reden van mijn afgrijzen uiteenzetten.Een beestenspel Weet gij wat het is Eene verzameling, zegt gij, van voorwerpen van natuurlijke geschiedenis, even belangrijk voor den dierkundigen Als voor den beestenvrind, wilt gij zeggen Neen, als voor ieder mensch, die er belang in stelt zijn medeschepselen op dit wijde wereldrond te kennen.
Nurks evenwel hoorde het met de volmaaktste onverschilligheid aan en nam zelfs onder t verhaal allerlei bijzaken waar.Nu eens, bijvoorbeeld, scheen hij zich met de borst toe te leggen op het vormen van kunstige kringen van tabaksrook dan weder blies hij, volmaakt in de houding van iemand die volstrekt niets anders te doen heeft, de sigaarasch van zijn knie, en zelfs van de tafel dan weder scheen hij al zijn aandacht en belangstelling te wijden aan zijn nog altijd ziekelijken halsboord, die nog telkens nieuwe aanvallen van flauwte had welke veelzijdigheid van oefening mijn opgewonden vriend, die van geestverrukking gloeide, op den duur weinig streelde.
beter van zijn moeder kan overnemen, dan uit de classieke literatuur halen.Trouwens hij verstond maar zeer weinig Latijn.Indien Robertus Nurks zeker wist dat gij half verliefd waart, hij zou de gelegenheid vinden om het voorwerp uwer stille genegenheid in het gesprek te pas te brengen, onder de voor u hartdoorsnijdende 21 bijvoeglijke naamwoorden van leelijk, dom, onbeduidend, mal, of dergelijke.
konden, hoe zouden zij zich op den grappenmaker wreken.Hoe zou monsieur hem vierendeelen, madame hem vernielen.Hij zou t verdienen.Hij behandelt dieren als dingen.Hij verdient een dommen glimlach aan den een, een drinkgeld aan den ander.