Lorem ipsum a généré 37 paragraphes pour vous.
Vous pouvez utiliser ce texte lorem ipsum dans vos maquettes, sites web, design, ebook... Le texte généré aléatoirement est libre de droit.
Le faux texte a bien été copié
nooit een leeuw gezien gij stelt u iets majestueus voor een ideaal van kracht, grootheid, waardigheid en moed een wezen geheel woede, maar bedwongen door zelfbeheersching, voor zoo lang het verkiest den koning der dieren.Welnu verplaatsen wij ons met onze verbeelding in de woestijn van Barbarije Het is nacht het is het kwade seizoen.
UEd.wat UEd.van uw lief Fransje maakt 1.een gluiper 2.een klikspaan 3.een geniepigerd 4.een bloodaard 5 Och lieve mevrouw geef den jongen een andere pet, een broek met diepe zakken, en ferme rijglaarzen, en laat hij mij nooit onder de oogen komen zonder een buil of een schram, hij zal een groot man worden.
zesde, knort UEd.als zijn handen vuil zijn en zijn knie door de pijpen van zijn pantalon komt kijken maar hoe zal hij dan ooit vorderingen kunnen maken in t ootje-knikkeren of de betrekkelijke kracht van een schoffel en een klap leeren berekenen ik verzeker u dat hij nagelt, mevrouw een nagelaar is hij, en een nagelaar zal hij blijven wat kan de maatschappij goeds of edels verwachten van een nagelaar Ook draagt hij witte kousen met lage schoentjes dat is ongehoord.
dichtertjes geweest zijn van zeven, acht, of negen jaar, die hun actueel geluk zoo onvoorwaardelijk hebben geprezen.En toch dezulken waren er de naaste toe.Toen ik op de Hollandsche school ging, maakten wij in de hoogste klasse, bestaande uit heeren van negen tot tien jaar, allen des woensdag-voormiddags een opstel, soms over een gegeven, soms over een door onszelven gekozen en uitgedacht onderwerp.
kinderen der woestijn zouden hunne broederen, zoo zij ze hier zagen, verachten en verloochenen.Berg dat zilveren potlood, steek die portefeuille op, gij teekenaar Maak hier geene schetsen.Gij hebt geene wilde dieren voor het zijn 16 er slechts de vervallen overblijfsels van zij zijn naar ziel en lichaam gekraakt.
enge, bekrompene hokken, achter die dikke tralies, in die slaafsehe, weerlooze, gedrukte, angstige houding, o een beestenspel is een gevangenis, een oudemannenhuis, een klooster vol uitgeteerde bedelmonniken een hospitaal is het, een bedlam vol stompzinnigen.
wandelt een gele barouchette en een blauwen char-à-bancs voorbij, die hij onder t geboomte uitgespannen ziet, als ware t om menigeen van huns gelijken derwaarts te lokken.Hier is alles nog doodstil. t Is een liefelijke morgen.Een enkel heer met een grijzen paardenharen Saksen-Weimar, bruinen rok, grijze zomerbroek, Engelsche spikkelkousen, lage schoenen en een tenger, hoogstfatsoenlijk uiterlijk, zit aan een der houten marmeren tafeltjes van het Wapen van Amsterdam voor de deur, zeer op zijn gemak een boek te lezen.
herinner mij nog slechts twee onaangenaamheden, die Nurks mijn goeden medicus deed doorstaan, doch die even als de aangehaalde zich ook alleen bij het physionomisch hatelijke bepaalden.De eene was deze.Wij spraken over de ongelukken, die men met zwemmen kan krijgen.
lafaards en klikkers met een volkomen haat hij zal nog al eens gauw zijn vuisten uitsteken, maar spaart in t vechten zijn partij hij speelt niet valsch hij heeft een bestendigen inktvlak op zijn overgeslagen halsboord, en wel wat neiging om zijn schoenen scheef te loopen hij houdt zijnen vader staande dat hij over ijs van één nacht loopen kan, en beschikt over vriezen en dooien naar lust en welgevallen hij eet altijd een boterham minder en leert eene les meer, dan waar hij trek toe heeft hij gooit een steen tienmaal verder dan gij of ik, en buitelt driemaal over zijn hoofd zonder duizelig te worden.
bloedt mijn hart de Tafel van Werkzaamheden.Schrikkelijke werkzaamheden, wier optelling aan rekenboeken denken doet, en geographieboeken, en wat voor boeken er al meer zijn, wier blaren heen en weer schuiven in den band, wegens de krampachtige aanraking der wanhopige vingers van jeugdige heeren, die maar niet onthouden kunnen hoeveel koeien er jaarlijks aan de Hoornsche markt komen, en hoeveel inwoners en drukkerijen van Enschedé, en Kostersbeelden, en instituten voor schoolonderwijzers Haarlem heeft of niet begrijpen kunnen, hoe zij de 9de som uit de Herhaling der voorgaande Regelen moeten opzetten.
daarop verliet hij ons een oogenblik om een knijpbriefjen af te vaardigen, welk punt des tijds onmiddellijk door Nurks werd waargenomen, om mij met de aanmerking op te winden Die vriend van jou lijkt sprekend op dien schoenenjood, die altijd op den hoek van de Vijzelstraat en de Heerengracht staat en toen ik groote oogen opzette, och ja, je weet wel, die leelijke kerel net of hij een trap van een paard gehad heeft.
kreeg die zoodra niet in het oog, of hij vroeg mij ongeduldig 29 Wanneer komt nu die mooie equipage, waar je van gesproken hebt En zoo was het telkens, tot groote ergernis van Boerhave, die evenwel nog al aardig vrijliep, maar wiens horlogesnoer ijselijk door Nurks gefixeerd werd, zoodat hij alle oogenblikken dacht dat er iets op komen zou, en eindelijk dan ook zijn rok maar toeknoopte.
tegen die rekenboeken Maar het kwaadwilligst en het onbillijkst van diezelfde uitvinding is, dat zij u op alle mogelijke manieren sarren en in uw zwak tasten.Daar zit gij sedert klokke halftien op school, bij mooi weer, in de maand Mei, als het groen jong is gelijk gijzelf en, wat meer is, als de plassen opgedroogd zijn, zoodat het heerlijk weer is om te knikkeren.
Daarna hebt gij een uur gelezen van het model van een braven 8 jongen, zoo braaf, zoo zoet, zoo gehoorzaam, zoo knap en zoo goedleersch, dat gij hem met pleizier een paar blauwe oogen zoudt slaan, als gij hem op straat ontmoette of, indien gij al wat verder zijt, de levensschets van een onbegrijpelijk groot man, wien na te volgen u pedant en wanhopig toeschijnt, en door welke levensschets kunstiglijk een samenspraak is heengevlochten van knapen en meisjes, voor wie gij ook al geen de minste sympathie gevoelt, al staan zij ook waarlijk verbaasd over de ontzettende kundigheden van dien man, daar vader Eelhart of Braafmoed van verhaalt.
gelukkigen, die bij Stoffels logeeren. In de Sociëteit is nog niemand, maar een tweetal knechts, een volwassene en een jongen die nooit volwassen worden zal, staan tegen elkander over in het middelste deurraam met de handen op den rug het talent van Zocher te bewonderen, dat de heeren van Trou Moet Blijcken in de gelegenheid gesteld heeft tot de schepen toe te zien, die door t Sparen gaan.
Indien gij uit dit kleine voorbeeld van mijn hoed het is in t oog loopend hoe dikwijls hoeden tot voorbeelden dienen niet een vrij beslissenden kijk op mijn neef Nurks karakter hebt, dan zal het heele verhaal, dat ik schrijven ga, nutteloos aan u verkwist zijn, lezer, en dan zal ik ook zoo vrij zijn u tot uw straf te houden voor een sprekend evenbeeld en wedergade van dienzelfden Robertus Nurks.
Spreek mij niet van groote-menschen-jammeren Zij halen niet bij deze.Geen koopman die op springen staat ziet met meer angst den dag tegemoet waarop hij zal worden omvergegooid, 11 dan een blijde jongen of vroolijk meisje den dag, waarop men scheiden zal van den dubbelen tand Wij zijn aan de physieke rampen.
Inderdaad, natuur en rede geven deze hoop aan de hand.De ondervinding leert het echter meestal anders.Op den zevenden dag het was een zondag uw kleine theegoedje stond klaar op uw kleine tafeltje en uwe stoeltjes stonden er bij klaar met twee poppen de nieuwste voor u, en de oudste voor uw nichtje Keetje, die bij u te spelen kwam en s avonds zoudt ge een tulbandje bakken van gestampte beschuit en melk en een boterham met aardbeien zou alles bekronen.
Leidschen makker bij mij gelogeerd, met wien ik te Zomerzorg eten zou, om vervolgens over Velzerend naar Velzen te wandelen, waar wij den nacht zouden doorbrengen om s morgens naar de Breezaap te gaan en aldaar wat te botaniseeren, waarvan wij beide groote liefhebbers zijn.
kort, hij kende al de zwakke plaatsen van uw familie, van uw verstand, van uw hart, van uw liefhebberij van uw studie, van uw beroep, van uw lichaam, en van uw kleerkast, en had er vermaak in, ze beurtelings pijnlijk aan te raken.En ik weet niet welke bezwerende of magnetische kracht hij op u uitoefende, om u geheel weerloos te doen zijn.
Waarlijk ik houd het er voor, dat de meeste rekenboekmakers afstammelingen van koning Herodes zijn 9 Uit al wat ik tot nog toe in het midden heb gebracht, zal zonneklaar blijken, dat de school de plaats niet is om het kinderlijk gemoed te doen overstroomen van het besef van geluk en genot.
geval hebben zij een nauwgezetten, maar onvriendelijken bezorger gehad, als uit den inhoud van deze weinige bladzijden waarschijnlijk duidelijk worden zal.Inderdaad, ik ken vele menschen, die nog al ophebben met hunne Amsterdamsche neven, vooral als ze tot de Lezers in Felix behooren, of als ze rijtuig houden maar ik heb dikwijls verbaasd gestaan over mijne verregaande koelheid omtrent den persoon van mijn neef Robertus Nurks en niets verschrikkelijker, dan wanneer hij mij zaterdagmiddag per diligence een steen zond met een brief er aan, inhoudende dat hij mits het weer goed bleef en er niet, maar dat kwam er nooit, het een of ander in den weg kwam met mij den dag in den Haarlemmerhout zou komen doorbrengen niet dat ik iets tegen het gemelde bosch heb, maar wel iets tegen ZEd.
Sommige verdenken hem van een stilleverklikker te zijn ik geloof het niet maar indien hij het is, dan is hij het zeker alleen maar om aan de kindskinderen te verklikken op wat wijze hunne grootvaders in Den Hout hun geld verteerden.In dezen toestand blijft Den Hout tot elf uren of half twaalf.
noemt men in het maatschappelijk leven, als men t op het moreele toepast, taxeeren en die taxatie van t physieke is de eenige, waarvoor de kinderleeftijd gevoelig, en ook zeer gevoelig is.Neen, t is niet aardig van de groote menschen, dat ze t den kleinen aandoen, evenmin, als dat altoosdurende uitgillen van wat ben je groot geworden op den duur bevallen kan.
Alles luid genoeg om verstaan te worden door de respectieve eigenaars van het mormel, de leelijke koppen, en den jongen heer.Er zat een statig man, wiens geluk half weg was, omdat hij in den morgen bloemen gezien hebbende in het Cieraad van Flora, bij het inkruipen van een enge broeikas, eenigszins aan een spijker was blijven haken.
Zomerzorg en de Breezaap heen en hij werkelijk daar was, nam ik er den besten kant van en ik had hem toch ook in zoo lang niet gezien. Best, jongen mijnheer, je dienaar Jongens, wat is me dat end van de Amsterdamsche poort weer tegengevallen Mijnheer moet anders aan lange enden gewoon zijn, merkte Boerhave aan, ik geloof om zijn aardrijkskundige kennis van de hoofdstad te toonen.
aankondigden de komst der notarissen, der fabrikanten, der boekverkoopers, der doctoren, der apothekers, der bloemisten, der zusters en broers enz., die nog achter ons waren. Wat zien uw stadgenooten er over t algemeen peu fashionable uit zei Nurks, met dien bijzonderen lach, die de Engelschen a sneer noemen, een zeer druk en aangenaam gesprek afbrekende en oogenblikkelijk weer opvattende, om mij het antwoorden te beletten.
volgen, tegen halftwee, twee uren, de deftige bewoners uit de stad.De fabrikant met zijn familie, de notaris met zijn familie, de boekhandelaar met zijn familie, en de wereldsche kinderen van den geestelijke, zonder hunne ouders.Ook komen nu de bloemisten van den Kleinen Houtweg met vrouw en kroost opzetten.
species rangschikt, en men tevens achtslaat op de vreemde vogelen, die uit andere luchten op een zonnigen zondag komen aanwaaien, dan zal men een aaneengeschakelde opvolging hebben, niet ongelijk aan die der elkander, naar de schoone vergelijking van Homerus, als boombladeren wegstootende geslachten in het bestaan des menschdoms, of aan die der elkander voortstuwende barbaren van het Europa der vijfde eeuw.
baatzucht, maar de deftige wetenschap heeft hen bijeenvergaderd.Zij staan hier niet te kijk, zij staan hier tot uwe onderwijzing.Hunne namen worden in eerbiedig Latijn genoemd.Zwijgend gaat men langs hunne rijen, met al het ontzag, dat men voor de dooden heeft.
rekenboek.Ik heb het lang laten wachten, lieve lezer maar het was uit wraak, omdat het voor mij zoo dikwijls te vroeg is gekomen.Nu komt het rekenboek.Merk op, dat gij in den loop van den morgen tweemaal op t bord zijt geschreven eens, omdat gij met uw rechter buurman een verdacht gefluister hebt aangevangen, dat evenwel over niets liep dan over goedkoope ballen in de Wijde Appelaarsteeg, en eens, omdat gij aan uw linker dito een albasten knikker gezegd alikas hebt laten zien, zonder een eenig rood aartje, van welk delict het corpus u is ontnomen, tegen de pijnlijke onzekerheid of gij het ooit terug zult zien.
dolgraag op een paardemarkt, en wandelt op de parade voor de tamboers uit, met den rug naar de mooie mannen toe.De Hollandsche jongen encanailleert zich lichtelijk, en noemt spoedig over uit een woordenboek, dat aan Hollandsche moeders niet bevalt maar hij heeft ook weinig aanmatiging jegens de dienstboden.
tandmeester moest komen.Hij kwam, niet waar de ijselijke man Hij had voor u de verschrikkingen eens scherprechters.Hij veinsde maar effen naar uw tand te voelen hij trok er hem verraderlijk uit.Ondertusschen was deze slinksche streek voor u een weldaad, die voor alle volgende keeren verkeken was.
zoudt gij dan het eigenaardige van hunne houding kunnen raden Ze zijn hier als planten in een kelder zij verkwijnen zij zijn in een droevigen staat van ongevoel, een naren dommel verzonken.Zij sterven sinds maanden.Het licht hindert hen.Zij zien er dom, verstompt uit.
schuldeischers geplaagd ondervindt iets van het leed van een kind met meesters aangehaald.Nu, onze goede Hölty zelf kan niet nalaten aan t eind van zijn versje daarmede te dreigen.Daarom wilde ik u verzoeken heb deernis met het lot uwer telgen.
oogenblik kwam Boerhave weer binnen.Over de gelijkenis met den schoenenjood, op den hoek van de Vijzelstraat en de Heerengracht, kon ik niet oordeelen, omdat de respectieve aangezichten der respectieve schoenenjoden van Amsterdam mij niet duidelijk en onderscheiden voor den geest stonden maar op mijn vriends gelaat iets te lezen, dat denken deed dat het ooit in eenige on vermakelijke aanraking geweest was met het viervoetig dier door den vleienden Nurks genoemd, was mij t eenenmale onmogelijk.
volgende uur hebt gij geschreven naar een mooi exempel als bijv., zoo gij groot schrijft, het woord wederwaardigheid, opmerkelijk door twee moeilijke W s, zonder aandikken bijna niet goed te krijgen, zevenmaal of indien gij klein schrijft, vijftien maal, achtmaal op, en zevenmaal tusschen de lijn Voorzichtigheid is de moeder der wijsheid bij welke gelegenheid gij in twee regels het lidwoord der hebt overgeslagen, wat tengevolge van de laatste lettergreep van het woord moeder zeer licht gebeuren kon, en eenmaal voorwijzigheid in plaats van voorzichtigheid hebt gezet, welke omstandigheden, zoo ieder op zichzelf als in onderling verband, u eenigszins angstig doen denken aan het uur, waarop de critiek des meesters haar uitspraak zal komen doen.