Lorem ipsum a généré 45 paragraphes pour vous.
Vous pouvez utiliser ce texte lorem ipsum dans vos maquettes, sites web, design, ebook... Le texte généré aléatoirement est libre de droit.
Le faux texte a bien été copié
Malle dingen Anders een goed fatsoen.Ik hou niet van die ronde boorden. Boerhave en de nederige inwoner van het malle, kleine stadje waren er mooi mee hij verbeeldde t niet gezien te hebben. Kanje nog al niet rooken, Hildebrand Ik vloog naar den portecigares en bood hem dien aan.
jeugd is heilig zij moet voorzichtig en eerbiedig behandeld worden de jeugd is gelukkig, maar men moet zorgen, dat zij zoo min mogelijk deelt in de rampen der samenleving, voor zoo ver zij die in hare jaren kan ondervinden.Men moet haar soms kwellen en lastig vallen tot haar nut maar passen wij vooral op, dit niet te overdrijven Een geheel volgend leven kan geen gedrukte jeugd vergoeden want welke zaligheid zouden latere jaren te stellen hebben tegenover het verspeelde geluk eener schuldelooze jonkheid Neen, ik wil niet naar t beestenspel Ik houd er niet van.
zijne natuurlijke grootte ziet.Dit hok maakt hem kleiner hij is wel een voet gekrompen.Zijn gelaat is verouderd.Zijn oogen zijn dof geworden hij is suf het is een verloopen leeuw.Zou hij nog klauwen hebben Bedroevend schouwpel.
noemen, een nieuwen hoed gekocht hebben geen buitensporig fatsoen geen nationalen bijv., geen te hoogen of te platten bol geen te breeden of te smallen rand een hoed, goed om af te nemen voor een verstandig man en op het hoofd 20 te houden voor een gek, doch stellig een hoed om niets van te zeggen.
Indien gij uit dit kleine voorbeeld van mijn hoed het is in t oog loopend hoe dikwijls hoeden tot voorbeelden dienen niet een vrij beslissenden kijk op mijn neef Nurks karakter hebt, dan zal het heele verhaal, dat ik schrijven ga, nutteloos aan u verkwist zijn, lezer, en dan zal ik ook zoo vrij zijn u tot uw straf te houden voor een sprekend evenbeeld en wedergade van dienzelfden Robertus Nurks.
opvoeding boven zijn stand had hem, geloof ik, die lompe aanmatiging gegeven en onverstandige ouders hadden hem te vroeg er aan gewend om zijn jong oordeel over een iegelijk, die hun huis bezocht, met toejuiching te zien ontvangen.Van daar dat hij niets had van dien kieschen terughoudenden schroom, die even bang is om te beleedigen als om beleedigd te worden niets van die zachte humaniteit, die men, ondanks alle gezag van spreuken als Ingenuas didicisse fideliter artes etc.
volgde een gesprek, voornamelijk bestaande uit eenige informatiën naar wederzijdsche kennissen, waarin geen enkele onaangenaamheid voorkwam, dan dat hij, toen ik naar een zeer intiemen vriend vroeg, dien hij zeer wel kende, noodig had zijn geheugen op te scherpen met de herinnering, of het die was, wiens broer die smerige affaire met de politie gehad had, opdat Boerhave, die daartoe al den tijd had, zoo mogelijk allerlei vermoedens tegen de familie zou kunnen opvatten.
baatzucht, maar de deftige wetenschap heeft hen bijeenvergaderd.Zij staan hier niet te kijk, zij staan hier tot uwe onderwijzing.Hunne namen worden in eerbiedig Latijn genoemd.Zwijgend gaat men langs hunne rijen, met al het ontzag, dat men voor de dooden heeft.
harte mede in maar ik neem de vrijheid te mogen opmerken, dat ze alleen door menschen van leeftijd, of ten minste door jongelingen geschreven zijn, van wier standpunt gezien, het kinderlijk geluk bijna geen uitzondering toelaat.En zeker, zeker is dat een droevig bewijs voor den treurigen toestand van later dagen.
oorspronkelijke is een lief versje van Hölty, die er wel meer lieve gemaakt heeft, waarvan het alleen jammer is, dat zij jeugdige dichters tot zeer onhollandsche vertalingen verleiden ik althans heb er van dit zelfde versje nog een liggen, die beter onder een Neurenburger legprent Knabenspiele zou passen, dan onder de voorstelling van een hoop aardige Hollandsche jongens.
trouwens even goed als ik.Wij namen plaats bij Stoffels.De onbeleefdheden, die tot nog toe alleen aan ons beiden verkwist waren, werden nu ook algemeen 28 verkrijgbaar gesteld.Ik zat nog niet, toen Nurks al uitriep, zoodat al de belendende gezelschappen het hooren konden Lieve hemel, Hild, wat hebje een mooi vest aan dat had ik nog niet van je gezien jammer dat het fatsoen een paar modes ten achteren is.
mannetjes zijn blauw of zwart geteekend en hebben sliknatte, fijngekrulde bakkebaarden.Ze zijn voorzien van lange Goudsche pijpen, waaruit ze òf rooken, òf die ze losjes bij den kop tusschen de vingers houden en zoo, met den steel naar beneden, onverschillig laten slingeren.
leelijkert had duidelijk bemerkt, dat ik het voor t eerst aanhad en er van tijd tot tijd met innig welgevallen naar keek.Ik stak onmiddellijk mijn beenen onder de tafel want het was mij op zijn minst vijfenzeventig maal gebeurd, dat hij, met een opgetrokken neus naar de punten van mijn schoenen loerende, mij had afgevraagd Waar laat je die turftrappers maken Van een goedigen krulhond, die met veel liefde door een oud man gestreeld werd, heette het Wat een mormel Van een paar schimmeltjes, die voor de deur stilhielden en waarmee de eigenaar met groot zelfbehagen pronkte Leelijke koppen Van het kindje in beugels, dat al van half elf gewandeld had en er schrikkelijk verhit uitzag Als ik er zóó eentje had, deed ik het een steen om den hals.
Gegroet, gegroet, gij vroolijke en gezonde, lustige en stevige knapen gegroet, gegroet, gij speelsche en blozende hoop des vaderlands Mijn hart gaat open als ik u zie, in uwe vreugde, in uw spel, in uw uitgelatenheid in uw eenvoudigheid in uw vermetelen moed.
haspel in een flesch men weet niet hoe t mogelijk is dat hij er inkwam Een ziek soidaat een grenadier met geweer en wapens, berenmuts en knevels foudre de guerre in een schilderhuis Simson met afgesneden haar Napoleon op St.Helena.Als gij in t midden van deze tent staat, tusschen staatsiegordijnen en schoorsteenvallen, en ijzeren tralies, en onderstellen van wagens, en wilde dieren als gij uw oog slaat op al die vernederde schepsels waan niet dat gij leeuwen, dat gij tijgers, dat gij gieren, arenden, hyenen, beren ziet.
namaaksel.Het is een woede van klokke halfacht.Het rammelen der boeien, als de gevangene opstaat om zijn brood en water aan te nemen.Ook in het gebrul des leeuws, het gehuil der wolven en het lachen der hyena s is een pectus quod diserfum facit.
moreele taxatie die, zoo zij de kinderen niet dadelijk grieft, hun althans menig genoegen onthoudt.Zij ontstaat uit de omstandigheid, dat een mensch van vijfendertig of veertig, een dertig of vijfendertig jaar van zijn vijfde jaar verwijderd is, en in dien tijd machtig veel vergeten kan, en zóó veel, dat hij eigenlijk in t geheel niet meer weet, wat hij dacht, gevoelde, besefte en smaakte toen hij een kind was, en wat niet.
rekenen vele moeders er naar t schijnt niet op, dat niet alleen de beenen, maar het geheele lichaam groeit, en dat het diensvolgens op goede natuur- en wiskundige gronden te bewijzen is, dat, al kunnen de broekspijpen worden uitgelegd, het overige gedeelte van dat kleedingstuk hetzelfde blijvende, men eene niet zeer aangename bekrompenheid in de circumferentie van het lichaam gewaar wordt, die ook al weer de oorzaak is van menig nieuw kruis, in een dubbelen zin, en van ontelbare scheuren.
tergen, en een oogenblik zult gij ze in hun kracht zien. Wee onzer, zoo dat waar is Neen, het is eene tooneelvertooning.Zij worden tot acteurs vernederd.Hun woede is die van operahelden, van beleedigde vaders in de vaudeville.
beau-monde verscheen met al zijn gedistingueerde geuren en kleuren met al de pracht van vederen, sjaals, parasols, mantilles, amazones, koetsiers, rijtuigen en rijpaarden.Ik had het ongeluk gehad Nurks te voorspellen, dat hij een brillante nieuwe equipage zou zien.
verschijnsel, dat ik eenvoudig toeschrijf aan de veelheid der inwoners van die hoofdstad.Ik had er voor een paar jaren nog een verren neef.Waar hij nu is, weet ik niet.Ik geloof dat hij naar de West gegaan is.Misschien heeft de een of ander van mijne lezers hem wel brieven meegegeven.
enz.alles opgestopt en in rust gehouden door een bonten zakdoek.De Hollandsche jongen maakt in t voorjaar eene verzameling van uitgeblazen eieren in het uithalen van nestjes geeft hij blijken van kracht en behendigheid, en misschien van den aanleg tot de zeevaart, ons volk eigen in het inkoopen van vreemde soorten, bewijzen van onverstoorbare goede trouw en in het verkwanselen van zijne doubletten, van vroegtijdigen Hollandschen handelsgeest.
Waarlijk, lieve dame, die de wereld zoo trouweloos en de mannen zoo wuft vindt la perte des illusions kan op uwe jaren nauwelijks zoo zwaar wegen als la perte des dents op de hunne.Herinnert ge t u nog wel Gij voelde neen, gij voelde toch niet ja, helaas, gij voelde maar al te zeker dat gij een dubbelen tand hadt.
kort, hij kende al de zwakke plaatsen van uw familie, van uw verstand, van uw hart, van uw liefhebberij van uw studie, van uw beroep, van uw lichaam, en van uw kleerkast, en had er vermaak in, ze beurtelings pijnlijk aan te raken.En ik weet niet welke bezwerende of magnetische kracht hij op u uitoefende, om u geheel weerloos te doen zijn.
school blijft altijd iets van het gevangenisachtige, en de meester, met en benevens al de ondermeesters iets van het vogelverschrikkende behouden.Dat gezegde van Van Alphen Mijn leeren is spelen wil er bij niet één kind in, zelfs niet bij de vlijtigste.
volgen, tegen halftwee, twee uren, de deftige bewoners uit de stad.De fabrikant met zijn familie, de notaris met zijn familie, de boekhandelaar met zijn familie, en de wereldsche kinderen van den geestelijke, zonder hunne ouders.Ook komen nu de bloemisten van den Kleinen Houtweg met vrouw en kroost opzetten.
wèl.Maar misbruikt uwe kracht niet.Spot niet, kwelt niet, vernedert niet, dooft niet uit.Geen gevangenhuis, geen tuchtcel, geen schavot, geen kaak, geen draaikooi, geen beesten-spel.Ja, een spel is het, een afschuwelijk wreed spel.Moet gij een spel hebben herstelt het molmend coliséum tot een worstelperk, en hebt ten minste de grootmoedigheid, uw gelijken met hen ten kamp te doen treden.
wandelt een gele barouchette en een blauwen char-à-bancs voorbij, die hij onder t geboomte uitgespannen ziet, als ware t om menigeen van huns gelijken derwaarts te lokken.Hier is alles nog doodstil. t Is een liefelijke morgen.Een enkel heer met een grijzen paardenharen Saksen-Weimar, bruinen rok, grijze zomerbroek, Engelsche spikkelkousen, lage schoenen en een tenger, hoogstfatsoenlijk uiterlijk, zit aan een der houten marmeren tafeltjes van het Wapen van Amsterdam voor de deur, zeer op zijn gemak een boek te lezen.
drukt zich niet meer uit.De leeuw stierf in den leeuw de tijger is dood in den tijger.Uwe teekening zou zijn als een portret naar een lijk ontworpen.Gij kunt even zoo goed een petit-maître onzer eeuw tot model voor een zijner Germaansche vaderen stellen, of een mummie afbeelden, en zeggen zoo is een Egyptenaar Nauwelijks kunt gij hunne vormen, hunne omtrekken, hunne evenredigheden zien of berekenen onder de slagschaduwen dezer vierkante kooien.
toch, de meester is zoo dik, en de ondermeesters zijn zoo lang, en hunne brillen en bakkebaarden zien er zoo onverbiddelijk uit, en de borden zijn zoo zwart, en de tafels zoo ongezellig, en de kaart van Nederland hangt zóó lang op dezelfde plaats, dat wij er de kleine scheurtjes en 7 inktvlekjes nog beter op weten aan te wijzen, dan de steden der toen was t nog 17 provinciën1.
Opmerkelijk is, tegen een der palen en daarenboven op een stok geleund, een gebrekkig man, niet zoo zeer een bedelaar, als wel een afwachter van aalmoezen een dier onsterfelijken, die de oudste Haarlemmers altijd even oud en altijd even beschadigd, daar gezien hebben.
tegen die rekenboeken Maar het kwaadwilligst en het onbillijkst van diezelfde uitvinding is, dat zij u op alle mogelijke manieren sarren en in uw zwak tasten.Daar zit gij sedert klokke halftien op school, bij mooi weer, in de maand Mei, als het groen jong is gelijk gijzelf en, wat meer is, als de plassen opgedroogd zijn, zoodat het heerlijk weer is om te knikkeren.
gerust geweten, en met het zalig gevoel van als ijverig lid der maatschappij uw plicht gedaan te hebben, zoudt gij uw lei aan den ondermeester overgeven om te laten nacijferen.Maar neen het hatelijk rekenboek geeft, onder den verwaanden titel Uitkomst, op 95 lasten, 2 mudden, 1 schepel rogge, en niet ééne kop of maat.
lezen er ook niet meer, tot onze schrikbarende verveling, de Haarlemmer Courant, van A Z. Zijn wij daarom later minder goede politici Wij zitten er ook in een goed ruim lokaal, zoo hoog en zoo luchtig, dat het er somtijds aan de beenen tocht wij hebben er niet zelden het uitzicht op een bleekveld met een appelboom, of op een binnenplaats met een bestekamer.
muziek.Drie dames met lange reticules en opmerkelijk door roode linten op de muts, oranje tissu s om den hals en voorschooten met diepe zakken met schuifjes.Eene breede sproeterige Saffo met een hooge sproeterige harp in het midden, en twee tanige vrouwen, die met handen vol diamanten, die een sterken familietrek van glas hadden, op de viool speelden.
lucht is donker de wolken zijn dik en drijven onstuimig en snel heen en weder de maan scheurt ze nu en dan met een waterachtigen straal.De wind huilt door t gebergte de regen ruischt van verre gromt de donder.Ziet gij daar dat gevaarte, met dichte struiken bewassen, zich afteekenen tegen de lucht ziet gij daarin die donkere rotskloof, beneden, gapende, boven zich verliezende in heesters en distelen Het bliksemt ziet gij ze Houd uw oog derwaarts gericht.
spare u, in hunne volle frischheid, eenige dier kinderlijke gevoelens, die den jongeling helpen in het zuiver houden van zijn pad en den man versieren opdat gij mannen wordende in het verstand, kinderen blijft in de boosheid.Dit is een stille wensch, jongenslief want ik wil u nog geen oogenblik van priktol of hoepel aftrekken, zonder u voor die vreugde iets anders te kunnen geven dan een wensch Het ontbreekt zeker niet aan dergelijke lofredenen op het geluk van jeugd en kinderjaren.
heraut, met den geschilden wilgetak in de hand, noodigt u uit.Zijne majesteit geeft audiëntie.Zijne majesteit is voor geld te kijk.Zijner majesteit staatsdame licht het behangsel op.Gij zijt in zijner majesteit onmiddellijke 15 tegenwoordigheid.
herinner mij nog slechts twee onaangenaamheden, die Nurks mijn goeden medicus deed doorstaan, doch die even als de aangehaalde zich ook alleen bij het physionomisch hatelijke bepaalden.De eene was deze.Wij spraken over de ongelukken, die men met zwemmen kan krijgen.
overige bemerkt men nu reeds een enkel jong mensch uit deftiger stand, hetzij dan een notarisklerk of een surnumerair bij het gouvernement van Noordholland, die, daar hij geen schepsel wist 27 te verzinnen, aan wien hij na kerktijd een bezoek schuldig was, nu maar naar Stoffels stapt en, verbaasd van daar nog niemand van zijn kennis te ontmoeten, zich met den hond van den kastelein behelpt, die door zijn innemende vriendelijkheid bewijst dat mijnheer habitué is.
warmen zomerschen dag is t een wellust om over water te handelen.Boerhave verhaalde een treffend geval van schitterende zelfopoffering in een zwemmer, buitengewoon genoeg om al de eerepenningen der Maatschappij tot Nut enz.te verdienen, indien deze t niet tot regel gesteld had, alleen dezulken te beloonen die niet zwemmen kunnen, maar althans buitengewoon genoeg om een steenkoud hart te doen ontgloeien.
morgen, na ochtendkerktijd, bij mij komen, en s avonds met den wagen van achten weer vertrekken.De uren daartusschen zouden wij aan de vriendschap en het genoegen offeren. Ondertusschen had ik plan gemaakt voor eene andere vriendschap en een ander genoegen.
Hollandsche jongen is grof fiksche knieën, fiksche knokkels.Hij is blank van vel, en kleurig van bloed.Zijn oogopslag is vrij bij t brutale af.Liefst draagt hij zijn ooren buiten zijn pet.Zijn haar is van zondagmorgen half elf tot zaterdagavond, als hij naar bed gaat, in volkomen wanorde.
wenschte hem op een allerliefste buitensociëteit vol vermoakelijkheden, of op een dolprettig diné aan den Berenbijt, met drie leden van De Munt en zeven van Doctrina, waar men elkander allergeestigst met het wederzijds ophemelen der beide sociëteiten plagen kon, tot groote bemoeilijking van den elfden man, die lid van beiden was, en den Doctrinisten wel gelijk wilde geven, omdat ze de meerderheid hadden, maar den Munters niet afvallen, omdat ze de grootste heeren waren.
dofheid, geen traagheid, geen luiheid hier koude en ongevoeligheid.Het is hier als in hun onderwereld gij ziet hunne schimmen, hunne omtrekken, hunne ε δωλα Aan hun stoffelijk omkleedsel, hun houding, hun stand moge door opvulling en kunstenarij een weinig zijn te kort gedaan, maar de ziel gij gelooft toch dat de dieren een ziel hebben wordt hier niet verdoofd of verminkt.